advertentie
logo
advertentie
Mensenrechten universeel, even niet in Iran

BOTTEHOND - 10 MEI 2010


Een cri de coeur over Iran, met een uitstekende analyse waarom de strijd van de Groenen ons allemaal raakt.

Zoals te verwachten en ook te zien was, op 1 mei 2010, is de Groene Beweging in het geheel niet dood ondanks de woorden van het regime in Iran. In Iran zijn naar veel mensen de straat opgegaan: om te demonstreren tegen het regime, voor de vrijheid van meningsuiting en betere levensomstandigheden voor de bevolking.

De mensen, die al bijna elf maanden actief zijn op verschillende fora en blogs, wisten dit wel maar doordat over het algemeen de Main Stream Media het liet afweten weten velen niet dat de protesten zonder aarzeling werden voortgezet. Toegegeven, de protesten vinden op kleinere schaal plaats in vergelijking met vorig jaar. Maar toch zet het regime alle beschikbare middelen in om de oppositie de kop in te drukken.

Toch hebben een aantal dagbladen en weekbladen in de wereld regelmatig bericht over de misstanden in Iran. En omdat bloggen in Iran erg populair is worden deze berichten uit het buitenland veelvuldig gelezen.

Kranten die de vrije nieuwsgaring in het redactiestatuut bewieroken zijn vaak afwezig in een land als Iran waar nieuws moeizaam wordt verzameld. Het is een gevaarlijke bezigheid om kritische kranten te publiceren en te lezen want journalisten kunnen makkelijk worden regelmatig vervolgd. Tijdens de verhoren worden journalisten geïntimideerd en ondergaan ze martelingen. Het kan lang duren voordat de aanklacht wordt ingediend, een advocaat wordt toegewezen en dan volgt een showproces waarbij de vrijheid van meningsuiting met jarenlange celstraffen de mond wordt gesnoerd.

De effectieve opsporing van oppositieleden vond veelvuldig plaats via het Internet. Westerse bedrijven als Siemens en Nokia leverden hoogwaardige filtertechnieken zodat netwerken konden worden geanalyseerd. De aandeelhouders hebben de winst kunnen opstrijken maar weten ze ook welke prijs hiervoor is betaald?

De linkerkant van het politieke spectrum hoor je niet of nauwelijks over de misstanden in Iran. Wat is er toch gebeurd met de pretenties van vrijheid en gelijkheid? Vooral de zogenaamde feministische organisaties laten het op een schandalige manier afweten.

Het Iraanse regime zou de vrouw het liefst geheel gesluierd door het leven laten gaan,  als de slaaf van de man. Helaas voor hen is de gemiddelde Iraanse vrouw hier in het geheel niet van gediend en ging na juni 2009 dan ook massaal de straat op om te protesteren. Niemand moet vergeten hoe de nieuwe religieuze wetten uit 2006 de positie van de Iraanse vrouw verder hebben verzwakt.

Hoewel er op vele fora oproepen zijn uitgegaan om de emancipatiestrijd van de Iraanse vrouw te steunen laten andere organisaties het lelijk afweten. Als man en democraat vind ik dit onbegrijpelijk.

En waar was de internationale politiek? Ook zij liet de Iraanse burger in de steek. Pas nadat de gruwelijke beelden van de dood van Neda Agha Soltan de wereld over gingen toonde zij geschokte reacties.

Wat de politiek behoort te weten is dat Neda’s dood slechts het symbool is geworden voor de vele tienduizenden doden die gevallen zijn reed gevallen zijn gedurende het bestaan van de Islamitische Republiek Iran. Nemen we de oorlog tegen Irak en de afwikkeling daarvan in beschouwing dan spreken we over honderdduizenden doden. De oppositie in Iran bevindt zich in het slachthuis van de politieke Islam.

Westerse Politiek

De westerse politiek wordt al deccennia lang gedomineerd door christelijke en socialistische partijen. Hoewel de christelijke partijen in theorie godsdienstvrijheid nastreven verhullen ze zich in onthutsend stilzwijgen als het op de vervolging van religieuze minderheden in Iran aankomt. Een minderheid als de Baha’i wordt meedogenloos vervolgd: na schijnprocessen volgen lange gevangenisstraffen of zelfs de doodstraf. Heiligdommen en begraafplaatsen worden regelmatig vernield. Niet door verdwaalde fanatici maar veelal de lokale aannemer, ingehuurd door het regime.

Hoewel socialisten zich van oudsher bemoeien met de verheffing van minderheden en de onderklasse schijnt dit niet te gelden voor deze groepen in islamitische landen. Een merkwaardige stilte daalt over de emancipatiestrijd zodra religie om de hoek komt kijken. En dan met name de islamitische religie: de onwankelbare idealen van de internationale solidariteit verdampen in het aanzien van de religieuze dogmatiek.

Ook op Europees niveau ontbreekt het draagvlak om actie te ondernemen. Wat is er gebeurt tot nu toe? Veel meer dan een paar symbolische acties is het niet gekomen. Het Nederlandse parlement heeft een motie tegen de Revolutionaire Garde aangenomen. De Minister van Buitenlandse Zaken zou deze onder de aandacht brengen van de Europese Commissie. Daarna werd het oorverdovend stil.

De onwil kan een reflectie zijn van de economische belangen in Iran. Het regime heeft vele verduisterde miljarden geparkeerd bij Europese banken. Voor sommige landen is Iran een belangrijke handelspartner. Pas nu, onder druk van Amerikaanse wetgeving en lobby bij de Verenigde Naties, komt Europa in beweging.

Het gemak waarmee het regime leden van de diaspora in Europa onder druk kon zetten is verbazingwekkend. Vele leden zijn geëlimineerd door de geheime dienst of worden voortdurend geïntimideerd. Twee maanden geleden werden bekeerde Iraniërs in Athene bedreigd door agenten: bij terugkeer wacht mogelijk executie wegens geloofsafval.

Daar deze praktijken weinig aandacht krijgen ligt de conclusie voor de hand dat de Europese overheden hier geen ruchtbaarheid aan willen geven.

De westerse politiek is vrijwel unaniem in haar standpunt over Noord-Korea. Maar is het verschil met het regime in Iran zo groot? Zo groot dat de erbarmelijke situatie nauwelijks aandacht krijgt?

Inderdaad, recentelijk heeft deze kwestie meer aandacht in de media gekregen. Maar zou dat ook gebeurt zijn indien de nucleaire ambitie van Iran niet speelde?

De situatie is zorgwekkend. Zoals op zondag 9 mei 5 politieke gevangenen werden opgehangen zijn over geheel 2009 388 gevangenen geëxecuteerd. Dat is na China de tweede plaats wereldwijd. In China is de ratio een executie per 900.000 inwoners en in Iran 1 op 180.000.

De wijze van executie is uiterlijk pijnlijk. De gebruikelijke methode is verwurging door ophanging. Het komt regelmatig voor dat veroordeelden een kwartier naar lucht happen, als een vis op het droge.

...


Jonge vrouwelijke gevangenen wacht een nog wreder lot. Aangezien volgens de islamitische wetgeving geen maagden mogen worden geëxecuteerd worden deze eerst verkracht. Deze praktijk lag zelfs zo zwaar op de maag van sommige conservatieven dat een onderzoek werd ingesteld. Uiteindelijk beweerde de woordvoerder van het Iraanse parlement dat er geen sprake was van misstanden. Dit ondanks de beschikbaarheid van vele getuigenissen.

Activisten hebben de Verenigde Naties vele malen gewezen op deze praktijken. Demonstraties en petities waren niet genoeg om te voorkomen dat Iran een belangrijke positie zou bemachtigen op het gebied van de mensenrechten. Oorspronkelijk lobbyde Iran in 2010 voor lidmaatschap van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties maar werd uiteindelijk beloond met de Commissie voor Vrouwenemancipatie. De Verenigde Naties gaf eigenlijk de volgende verklaring af: ‘Mensenrechten zijn universeel, maar even niet in Iran.’

Buitenlandse politiek

De buitenlandse politiek van Iran is typerend voor een regime dat geïsoleerd raakt en vreest voor haar positie. Leden van de oppositie en religieuze minderheden worden regelmatig beschuldigd voor buitenlandse vijanden te werken. En dan uiteraard de aartsvijanden Israël en de Verenigde Staten.

Extremistische bewegingen als Hamas en Hezbollah opereren als de proxies van Iran. Ze krijgen financiële, militaire en logistieke ondersteuning vanuit Teheran. Dit is enerzijds ideologisch gemotiveerd: land dat ooit islamitisch is geweest behoort voor eeuwig onder haar gezag te vallen. Elke islamitische geestelijke van de Moslim Broederschap in bijvoorbeeld Egypte, Syrië of Jordanië zal dit volmondig beamen. Anderzijds heeft het ook een politiek doel: het afleiden van de binnenlandse aandacht.

De nucleaire ambitie van Iran drijft Israëlische kringen tot bezorgdheid en de mogelijkheid van interventie wordt overwogen. Teheran ontkent haar ambitie maar probeert wel via allerlei slinkse deals haar voorraad, die bijna op is, aan te vullen. Missies in Zimbabwe (april 2010) en Kirgizië (najaar 2009) waren echter niet productief.

De nucleaire ambitie van Iran blijft verbazingwekkend. Op het oog zijn er andere prioriteiten. Een olie-exporterend land als Iran importeert 40% van haar chemische producten uit het buitenland. De productiecapaciteit van gas daalt al jaren achtereen. En de economie staat simpelweg op imploderen maar wordt slechts overeind gehouden met de zo broodnodige oliedollars.

Gezien de instabiele politieke situatie zal het regime blijven brullen. Maar naarmate de sancties dichterbij komen zal ze water bij de wijn doen: zonder de constante aanvoer van verse dollars wordt haar positie nu eenmaal wankel.

Natuurlijk is het mogelijk dat de ideologische hardliners doorzetten en Iran op termijn over een kernwapen beschikt. Dit zal leiden tot een nieuwe wapenwedloop waarbij landen als Egypte en Saoedi-Arabië zullen trachten een eigen nucleair arsenaal te ontwikkelen.

Laten we daarom alles in het werk stellen om dit regime zo snel mogelijk naar de annalen van de geschiedenis te verwijzen. Naast stabiliteit zal het ook de vrijheid geven aan de Iraanse bevolking waarnaar het smacht. 




Overgenomen met toestemming van de auteur.
http://www.onlydemocracy4iran.com/cgi-bin/forum/YaBB.pl